Citaat | Raad van State 11 april 2012

Alinea 45 Raad van State 11 april 2012

Een alinea uit Raad van State 11 april 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW1621.

2.4.2. Voor zover [appellante] heeft aangevoerd dat het gevolg van de ruime uitleg van werkgeverschap is dat de krantenbezorgers op de voet van artikel 23 van de Wav een loonvordering tegen [appellante] zouden kunnen instellen, wordt overwogen dat uit de geschiedenis van de totstandkoming van dat artikel (Kamerstukken II, 1993-1994, 23 574, nr. 3, blz. 10) volgt dat het artikel beoogt om de vreemdeling enige rechtsbescherming te geven; met behulp van dit rechtsvermoeden heeft de vreemdeling de mogelijkheid om alsnog een loonvordering in te stellen. Uitbuiting wordt hiermee achteraf ongedaan gemaakt. Uit de geschiedenis van de totstandkoming van de Wav volgt evenzeer dat het aan de werkgever is om aannemelijk te maken dat de desbetreffende vreemdeling korter dan de vermoede zes maanden heeft gewerkt en dat het verschuldigde loon al is uitbetaald (Kamerstukken II, 1993-1994, 23 574, nr. 3, blz. 10).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cb47fe9ad43d94a1b28c5fecaef6ca6caff9a733382869a8ea6da678026754a0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cb47fe9ad43d94a1b28c5fecaef6ca6caff9a733382869a8ea6da678026754a0, en de alinea staat in dat document op bytes 15533 tot 16456.