Citaat | Raad van State 25 april 2012
Alinea 34 Raad van State 25 april 2012
Een alinea uit Raad van State 25 april 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW3920.
2.3.2. De Afdeling heeft de zaak op 21 februari 2012 ter zitting behandeld. Gelet op artikel 8:58, eerste lid, van de Awb konden partijen tot en met 10 februari 2012 nadere stukken indienen. Op laatstgenoemde datum is bij de Raad van State een verweerschrift ingekomen, derhalve buiten de in artikel 8:42, eerste lid, van de Awb gestelde termijn, maar met inachtneming van de ingevolge artikel 8:58, eerste lid, van de Awb geldende termijn. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer in de uitspraak van 17 oktober 2003 in zaak nr. 200304651/1) heeft artikel 8:31 van de Awb geen betrekking op het indienen van een verweerschrift. De in artikel 8:42, eerste lid, genoemde termijn betreft een termijn van orde. Hoewel de minister het verweerschrift niet tijdig heeft ingediend, verbindt de wet daaraan geen consequenties. Daar komt bij dat het verweerschrift wel is ingediend met inachtneming van de in artikel 8:58, eerste lid, van de Awb neergelegde termijn. Voorts wordt in aanmerking genomen dat, nu de minister het verweerschrift blijkens de daarin vervatte mededeling in afschrift aan de maatschap heeft verzonden en het bij brief van 13 februari 2012 eveneens door de secretaris van de Raad van State aan de maatschap is verzonden, zij daarvan tijdig voor de zitting kennis heeft kunnen nemen en, indien zij ter zitting zou zijn verschenen, daarop had kunnen reageren. De minister heeft bovendien in het verweerschrift louter gereageerd op hetgeen de maatschap in hoger beroep heeft aangevoerd en zijn eerder ingenomen standpunten nader toegelicht, zodat ook in de aard en inhoud van het stuk geen beletsel is gelegen voor het geven van een adequate reactie daarop. Gelet hierop en mede in aanmerking genomen de omvang van het verweerschrift, verzet de goede procesorde zich er niet tegen dat dit stuk bij de beoordeling van het hoger beroep wordt betrokken. De maatschap wordt derhalve niet gevolgd in haar betoog dat hetgeen zij in hoger beroep naar voren heeft gebracht als onbetwist dient te worden beschouwd en dat haar hoger beroep reeds daarom gegrond moet worden verklaard. Het betoog faalt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ed72b072c71bc4c4ffb5596374594058bf08233e251028fb33baa6ce453583bf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ed72b072c71bc4c4ffb5596374594058bf08233e251028fb33baa6ce453583bf, en de alinea staat in dat document op bytes 12084 tot 14212.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ed72b072c71bc4c4ffb5596374594058bf08233e251028fb33baa6ce453583bf | shasum -a 256