Citaat | Raad van State 25 april 2012
Alinea 37 Raad van State 25 april 2012
Een alinea uit Raad van State 25 april 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW3920.
2.4.2. Dat, aldus de maatschap, de vennootschap het voorwerp was van een in deze zaak door de Belastingdienst bij de vennootschap verricht onderzoek dat ziet op 2008, maakt niet dat moet worden aangenomen dat dit evenzeer het geval was bij het door de SIOD verrichte onderzoek. Het door de Belastingdienst verrichte onderzoek ziet immers op de in- en uitleenrelatie tussen [dienstverleningsbedrijf] en de vennootschap in 2008, terwijl het door de SIOD verrichte onderzoek dat de minister mede aan de boeteoplegging ten grondslag heeft gelegd ziet op de door [dienstverleningsbedrijf] verrichte dienstverlening ten tijde van de controle door de Arbeidsinspectie op 3 februari 2009. De rechtbank heeft derhalve terecht geoordeeld dat uit het door de Belastingdienst verrichte onderzoek niet is af te leiden dat de minister niet de maatschap, maar de vennootschap had moeten beboeten. De rechtbank heeft daarbij terecht in aanmerking genomen dat niet valt in te zien waarom een in- en uitleenrelatie tussen [dienstverleningsbedrijf] en de vennootschap in 2008 een zelfde soort relatie tussen [dienstverleningsbedrijf] en de maatschap in enig ander jaar zou uitsluiten. Dat, aldus de maatschap, zij in het boeterapport slechts eenmaal wordt genoemd onder het kopje 'overtreder', laat onverlet dat reeds daaruit volgt dat zij - en niet de vennootschap - het voorwerp was van het door de Arbeidsinspectie verrichte onderzoek. Daar komt bij dat in het boeterapport expliciet is vermeld dat de inspecteurs de als overtreder aangeduide rechtspersoon, de maatschap derhalve, aanmerken als werkgever in de zin van de Wav. Dat in het boeterapport is vermeld dat ten tijde van de controle [maat sub 1] in de hoedanigheid van eigenaar van de vennootschap aanwezig was, betekent niet dat op dat moment namens de maatschap niemand aanwezig was. [maat sub 1] is immers ook een van de maten van de maatschap. Uit het boeterapport blijkt dat [maat sub 1] aan de Arbeidsinspectie toestemming heeft gegeven om van zijn verklaring gebruik te maken. Wat betreft de administratie van [dienstverleningsbedrijf] wordt overwogen dat, hoewel de maatschap wordt gevolgd in haar betoog dat in de brief van de Officier van Justitie aan de Arbeidsinspectie slechts is vermeld dat hij toestemming geeft om daarvan gebruik te maken bij het op te maken boeterapport tegen [dienstverleningsbedrijf] of de vennootschap, dit betoog is gestoeld op de onjuiste opvatting dat de door de Officier van Justitie verleende toestemming strekt tot bescherming van de belangen van de maatschap. De rechtbank heeft derhalve terecht overwogen dat de minister voormeld bewijsmateriaal niet onrechtmatig heeft verkregen. Nu in de verklaring van [maat sub 1] is vermeld dat zijn bedrijf een maatschap is, wordt de maatschap niet gevolgd in haar betoog dat uit geen van de bij het boeterapport gevoegde verklaringen volgt dat zij bij de door [dienstverleningsbedrijf] verrichte dienstverlening was betrokken. Hierbij wordt voorts in aanmerking genomen dat uit de bij het boeterapport gevoegde verklaring van [maat sub 2] blijkt dat zij instemt met hetgeen [maat sub 1] heeft verklaard en dat zij geen aparte verklaring wenst af te leggen. Daarnaast blijkt ook uit de in beslag genomen administratie van [dienstverleningsbedrijf] dat de maatschap afnemer was van de diensten van [dienstverleningsbedrijf]. Zo is de brief van [dienstverleningsbedrijf] waarin zij uiteenzet welke diensten zij verleent, gericht aan de maatschap en blijkt uit een afschrift van een betaalopdracht dat de maatschap [dienstverleningsbedrijf] heeft betaald voor de door haar verrichte werkzaamheden. Dat, aldus de maatschap, [maat sub 1] en [dienstverleningsbedrijf] niet door de Arbeidsinspectie zijn gehoord doet er niet aan af dat de minister zich, gelet op het boeterapport en de bijbehorende bijlagen, waaronder de verklaringen van [maat sub 1] en [maat sub 2] en de in beslag genomen administratie van [dienstverleningsbedrijf], terecht op het standpunt heeft gesteld dat de maatschap ten tijde van de controle door de Arbeidsinspectie op 3 februari 2009 was aan te merken als inlener van de vreemdelingen en daarmee als werkgever in de zin van de Wav. De rechtbank heeft derhalve terecht geoordeeld dat de minister de maatschap terecht heeft beboet. Het betoog faalt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ed72b072c71bc4c4ffb5596374594058bf08233e251028fb33baa6ce453583bf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ed72b072c71bc4c4ffb5596374594058bf08233e251028fb33baa6ce453583bf, en de alinea staat in dat document op bytes 16338 tot 20647.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ed72b072c71bc4c4ffb5596374594058bf08233e251028fb33baa6ce453583bf | shasum -a 256