Citaat | Raad van State 13 april 2012
Alinea 26 Raad van State 13 april 2012
Een alinea uit Raad van State 13 april 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW4295.
2.3. In de enige grief klaagt de minister dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat, samengevat weergegeven, gelet op het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 9 november 2010, C-57/09 en C 101/09, Duitsland tegen B. en D. (www.curia.europa.eu), de minister voor V&I bij de ter motivering van de tegenwerping aan de vreemdeling van artikel 1(F) van het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen van Genève van 28 juli 1951, zoals gewijzigd bij Protocol van New York van 31 januari 1967 (hierna: artikel 1(F)), niet heeft kunnen volstaan met een verwijzing naar het algemeen ambtsbericht van de minister van Buitenlandse Zaken van 29 februari 2000 inzake de veiligheidsdiensten in communistisch Afghanistan (hierna: het ambtsbericht). Hiertoe voert hij aan dat, samengevat weergegeven, de rechtbank heeft miskend dat uit voornoemd arrest volgt dat artikel 12, tweede lid, van richtlijn 2004/83/EG van de Raad van de Europese Unie van 29 april 2004 inzake minimumnormen voor de erkenning van onderdanen van derde landen en staatlozen als vluchtelingen of als personen die anderszins internationale bescherming behoeven, en de inhoud van de verleende bescherming (hierna: de richtlijn), ruimte biedt om aan de vreemdeling artikel 1(F) tegen te werpen onder verwijzing naar het ambtsbericht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b344a697a1c9a7b45cc55c5d3a3887473e22b41fe11e44a73b8c32a5fef9850d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b344a697a1c9a7b45cc55c5d3a3887473e22b41fe11e44a73b8c32a5fef9850d, en de alinea staat in dat document op bytes 9074 tot 10412.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b344a697a1c9a7b45cc55c5d3a3887473e22b41fe11e44a73b8c32a5fef9850d | shasum -a 256