Citaat | Raad van State 13 april 2012

Alinea 34 Raad van State 13 april 2012

Een alinea uit Raad van State 13 april 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW4295.

2.5.3. Uit onder meer de uitspraak van 2 augustus 2004 in zaak nr. 200403143/1 (JV 2004/364) volgt dat het ambtsbericht voldoende grond biedt voor het in het besluit van 24 april 2006 door de minister voor V&I ingenomen standpunt dat, gelet op de werkzaamheden van de vreemdeling als officier voor de Khadimat-e Atal'ete Dowlati en/of de Wazarat-e Amaniat-e Dowlati (hierna: de KhAD/WAD), ernstige redenen bestaan om te veronderstellen dat de vreemdeling een misdrijf als bedoeld in artikel 1(F) heeft begaan, zodat die minister aan zijn bewijslast en motiveringsplicht heeft voldaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b344a697a1c9a7b45cc55c5d3a3887473e22b41fe11e44a73b8c32a5fef9850d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b344a697a1c9a7b45cc55c5d3a3887473e22b41fe11e44a73b8c32a5fef9850d, en de alinea staat in dat document op bytes 13809 tot 14413.