Citaat | Raad van State 13 april 2012
Alinea 41 Raad van State 13 april 2012
Een alinea uit Raad van State 13 april 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW4295.
Het is evenwel aan de desbetreffende vreemdeling om, net als bij de indiening van een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel, bij de intrekking van een zodanige vergunning aannemelijk te maken dat artikel 3 van het EVRM aan zijn uitzetting in de weg staat. De vreemdeling is hierin niet geslaagd. Daartoe wordt overwogen dat de minister voor V&I zich in het besluit van 24 april 2006 terecht op het standpunt heeft gesteld dat de vrees van de vreemdeling met name op algemene informatie en zijn eigen vermoedens is gebaseerd, dat zich een groot tijdsverloop heeft voorgedaan sinds hij van mei 1994 tot eind september 1996 door aanhangers van de Jamiat i Islami is gedetineerd en gemarteld en dat hij met de Taliban nooit concrete problemen heeft gehad. Voorts heeft de minister voor V&I zich, gelet op onder meer de uitspraak van 29 oktober 2009 in zaak nr. 200902119/1/V1 (www.raadvanstate.nl) terecht op het standpunt gesteld dat de vreemdeling – in het licht van de informatie in de algemene ambtsberichten van de minister van Buitenlandse Zaken inzake Afghanistan van februari 2006 en januari 2007 – niet aannemelijk heeft gemaakt dat ex communisten of voormalig werknemers van de KhAD/WAD louter vanwege het behoren tot een specifieke groep een reëel risico lopen als bedoeld in artikel 3 van het EVRM.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b344a697a1c9a7b45cc55c5d3a3887473e22b41fe11e44a73b8c32a5fef9850d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b344a697a1c9a7b45cc55c5d3a3887473e22b41fe11e44a73b8c32a5fef9850d, en de alinea staat in dat document op bytes 17491 tot 18843.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b344a697a1c9a7b45cc55c5d3a3887473e22b41fe11e44a73b8c32a5fef9850d | shasum -a 256