Citaat | Raad van State 2 mei 2012
Alinea 149 Raad van State 2 mei 2012
Een alinea uit Raad van State 2 mei 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW4561.
2.17.2. In het MER staat dat om de door TAQA voorgenomen uitvoering van de ondergrondse gasopslag en de alternatieven hiervoor te kunnen vergelijken, de kwantitatieve en kwalitatieve effecten op het milieu moeten worden gewaardeerd. Onderzocht wordt hoe de effecten zich verhouden tot de referentiesituatie. De referentiesituatie voor de beschrijving van de milieugevolgen van de activiteiten is de huidige (milieu)situatie en de verwachte autonome ontwikkeling. In het MER staat dat voor het Bergermeerterrein als referentiesituatie wordt aangehouden dat het Bergermeerveld volledig wordt leeggeproduceerd, de installaties worden ontmanteld en de puttenlocatie wordt teruggebracht in zijn oorspronkelijke staat. Hierbij geldt wel de randvoorwaarde dat in verband met de gaswinning uit andere velden van de winningsvergunning Bergen de puttenlocatie op het Bergermeerterrein nog zeker tien jaar zal worden gehandhaafd, ook als het Bergermeerveld niet voor gasopslag wordt gebruikt, aldus het MER. In het Cmer-advies staat dat met de gevolgde werkwijze volgens de Cmer voldoende inzichtelijk is welke situaties kunnen ontstaan bij het niet doorgaan van het initiatief.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d4cd5826ddf4d90fda5c3c7eaecf9f38f7d483314196333958da1807a63d4bd6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d4cd5826ddf4d90fda5c3c7eaecf9f38f7d483314196333958da1807a63d4bd6, en de alinea staat in dat document op bytes 77305 tot 78485.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d4cd5826ddf4d90fda5c3c7eaecf9f38f7d483314196333958da1807a63d4bd6 | shasum -a 256