Citaat | Raad van State 2 mei 2012

Alinea 151 Raad van State 2 mei 2012

Een alinea uit Raad van State 2 mei 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW4561.

2.18. SOOB stelt voorts dat de ministers niet hebben onderkend dat de Cmer in het Cmer-advies heeft opgemerkt dat een aantal effectscores ten aanzien van de verschillende vergelijkingscriteria niet logisch is en dat de Cmer concludeert dat over de hele linie de milieueffecten van het voornemen van TAQA voor de uitvoering van de ondergrondse gasopslag ten opzichte van de alternatieven groter zijn dan uit de aanvulling blijkt. De conclusie in de aanvulling op het MER dat voor de puttenlocatie het MOB in Bergen en het bestaande Bergermeerterrein in de aanlegfase ‘ex aequo’ scoren als MMA acht de Cmer dan ook onjuist. Volgens de Cmer bestaat het MMA voor de puttenlocatie, ook tijdens de aanlegfase, uit het MOB in Bergen, aldus SOOB.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d4cd5826ddf4d90fda5c3c7eaecf9f38f7d483314196333958da1807a63d4bd6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d4cd5826ddf4d90fda5c3c7eaecf9f38f7d483314196333958da1807a63d4bd6, en de alinea staat in dat document op bytes 78984 tot 79739.