Citaat | Raad van State 26 april 2012

Alinea 23 Raad van State 26 april 2012

Een alinea uit Raad van State 26 april 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW4893.

2.2. In grief 1 betoogt de minister dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de minister zijn standpunt dat geen sprake is van een positieve verplichting om de vreemdeling, onder het verlenen van vrijstelling van het vereiste van het hebben van een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: mvv) op grond van artikel 3.71, tweede lid, aanhef en onder l, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (hierna: het Vb 2000), verblijf in Nederland toe te staan, onvoldoende draagkrachtig heeft gemotiveerd. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat, nu de minister ter zitting desgevraagd heeft bevestigd dat referent op asielgerelateerde gronden tot Nederland is toegelaten, in het bestreden besluit had moeten zijn aangegeven welke (persoonlijke) omstandigheden tot verlening van de verblijfsvergunning asiel aan referent hebben geleid en of die omstandigheden nog aanwezig zijn. Volgens de rechtbank volgt uit het enkele feit dat referent in 2005 naar Irak is teruggekeerd niet dat er geen sprake is van een objectieve belemmering, nu de vreemdeling heeft verklaard dat referent daar toen problemen heeft ondervonden en niet duidelijk is of deze verband houden met de omstandigheden die tot verlening van de verblijfsvergunning asiel hebben geleid. Gelet hierop heeft de rechtbank geconcludeerd dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd dat er geen sprake is van een objectieve belemmering.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d7b8dcfe57b9862ac0d305bec3df0b24246432f7bb8a29cbd6fd80ccfdbb76b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d7b8dcfe57b9862ac0d305bec3df0b24246432f7bb8a29cbd6fd80ccfdbb76b8, en de alinea staat in dat document op bytes 7837 tot 9243.