Citaat | Raad van State 26 april 2012

Alinea 24 Raad van State 26 april 2012

Een alinea uit Raad van State 26 april 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW4893.

Door aldus te overwegen heeft de rechtbank volgens de minister miskend, dat hij op grond van de door de vreemdeling afgelegde verklaringen tijdens het nader gehoor van 4 juli 2006 het in het beleid neergelegde rechtsvermoeden van een objectieve belemmering individueel weerlegd heeft kunnen en mogen achten. Voorts heeft de rechtbank, aldus de minister, miskend dat de vreemdeling eerst in de gronden van beroep melding heeft gemaakt van problemen die referent destijds in Irak zou hebben ondervonden, te weten dat hij is opgepakt en via bemiddeling van partijgenoten (PUK) weer is vrijgelaten. Naar de mening van de minister betreft dit, nog daargelaten dat hiervoor geen uitleg dan wel enig bewijs is gegeven, een zodanige bijstelling van de verklaringen van de vreemdeling, dat hij daaraan niet de door de vreemdeling gewenste betekenis heeft hoeven toekennen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d7b8dcfe57b9862ac0d305bec3df0b24246432f7bb8a29cbd6fd80ccfdbb76b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d7b8dcfe57b9862ac0d305bec3df0b24246432f7bb8a29cbd6fd80ccfdbb76b8, en de alinea staat in dat document op bytes 9251 tot 10129.