Citaat | Raad van State 26 april 2012

Alinea 34 Raad van State 26 april 2012

Een alinea uit Raad van State 26 april 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW4893.

2.3.2. In het besluit van 5 februari 2010 heeft de minister zich onder meer op het standpunt gesteld dat, voor zover de vreemdeling met het beroep op artikel 8 van het EVRM beoogd heeft te verwijzen naar de verblijfsgeschiedenis van referent in Nederland, dit haar niet kan baten. Daarbij is in aanmerking genomen dat niet is gebleken dat zijn verblijfsgeschiedenis in 2005 een belemmering is geweest om naar Irak te reizen en aldaar met de vreemdeling in het huwelijk te treden. Daar komt bij dat uit de verklaringen van de vreemdeling tijdens het nader gehoor van 4 juli 2006, afgenomen in het kader van een door haar ingediende asielaanvraag, blijkt dat referent heeft gesteld problemen te hebben vanwege zijn vrouw in Nederland en dat hij daarom een jaar bij de vreemdeling in Irak zou blijven. De vreemdeling heeft voorts verklaard dat referent vanwege zijn problemen met deze vrouw terug moest keren naar Nederland.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d7b8dcfe57b9862ac0d305bec3df0b24246432f7bb8a29cbd6fd80ccfdbb76b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d7b8dcfe57b9862ac0d305bec3df0b24246432f7bb8a29cbd6fd80ccfdbb76b8, en de alinea staat in dat document op bytes 13276 tot 14212.