Citaat | Raad van State 26 april 2012

Alinea 43 Raad van State 26 april 2012

Een alinea uit Raad van State 26 april 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW4893.

2.6. De vreemdeling heeft voorts, mede onder verwijzing naar de algehele veiligheidssituatie in Irak, betoogd dat de minister in de in het kader van artikel 8 EVRM te maken belangenafweging had moeten betrekken dat een verblijf in Irak geen redelijk alternatief is. Daartoe heeft zij aangevoerd dat zij in een van de buurlanden van Irak een mvv zal moeten aanvragen, dat te verwachten is dat aan haar geen mvv zal worden verstrekt omdat referent, die een uitkering geniet op grond van de Wet Werk en Bijstand, niet aan het middelenvereiste kan voldoen, dat zij niet kan rekenen op steun van haar familie in Irak indien zij zonder referent naar Irak gaat, dat referent gezondheidsproblemen heeft en de kinderen op verzorging van de vreemdeling zijn aangewezen, en dat zij sedert juli 2006 in Nederland een intensief gezinsleven heeft geleid. Voorts heeft zij aangevoerd dat haar kinderen, die zijn geboren op 26 augustus 2006 en 27 december 2007, in Nederland zijn geworteld nu zij in dit land zijn geboren en dat zij de Nederlandse nationaliteit hebben en daarmee ook in dit land recht op verblijf, opvoeding en verzorging hebben.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d7b8dcfe57b9862ac0d305bec3df0b24246432f7bb8a29cbd6fd80ccfdbb76b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d7b8dcfe57b9862ac0d305bec3df0b24246432f7bb8a29cbd6fd80ccfdbb76b8, en de alinea staat in dat document op bytes 17430 tot 18573.