Citaat | Raad van State 26 april 2012

Alinea 44 Raad van State 26 april 2012

Een alinea uit Raad van State 26 april 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW4893.

2.6.1. In het besluit van 5 februari 2010 heeft de minister beoordeeld of sprake is van een positieve verplichting om de vreemdeling verblijf in Nederland toe te staan. Bij die beoordeling heeft de minister alle door de vreemdeling aangevoerde belangen betrokken. De minister heeft zich daarbij op het standpunt mogen stellen dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat de algehele veiligheidssituatie in Irak de conclusie rechtvaardigt dat de belangenafweging in haar voordeel zou moeten uitvallen. De vreemdeling heeft voorts niet aannemelijk gemaakt dat referent, die de Nederlandse nationaliteit heeft, niet de zorg voor de kinderen op zich zou kunnen nemen indien de vreemdeling alleen naar Irak zou gaan. Voorts heeft zij niet aannemelijk gemaakt dat het gezinsleven met referent en hun nog zeer jonge kinderen niet buiten Nederland zou kunnen plaatsvinden. De minister heeft daarbij in aanmerking mogen nemen dat, zoals in 2.3.2. is overwogen, niet aannemelijk is gemaakt dat referent niet zonder problemen in Irak zou kunnen verblijven. Dat de vreemdeling het gezinsleven in Nederland heeft kunnen uitoefenen leidt niet tot een ander oordeel, nu zij dit gezinsleven is aangevangen op een moment dat er geen uitzicht bestond op het verkrijgen van een verblijfstitel. Gelet op het vorenstaande bestaat geen grond voor het oordeel dat de minister met het bestreden besluit in strijd heeft gehandeld met artikel 8 van het EVRM.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d7b8dcfe57b9862ac0d305bec3df0b24246432f7bb8a29cbd6fd80ccfdbb76b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d7b8dcfe57b9862ac0d305bec3df0b24246432f7bb8a29cbd6fd80ccfdbb76b8, en de alinea staat in dat document op bytes 18581 tot 20036.