Citaat | Raad van State 19 april 2012

Alinea 38 Raad van State 19 april 2012

Een alinea uit Raad van State 19 april 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW4915.

2.5.1. Na kennisneming van de aan het ambtsbericht ten grondslag liggende stukken is de Afdeling van oordeel dat de rechtbank weliswaar terecht heeft vastgesteld dat de aan de vreemdeling in het ambtsbericht verweten gedraging dat zij via versluierd taalgebruik opdrachten van een hoger geplaatst kaderlid van de DHKP/C ontvangt niet uitdrukkelijk in de onderliggende stukken is terug te vinden, maar dat uit deze stukken niettemin voldoende zijn af te leiden de in het ambtsbericht verweten gedragingen van de vreemdeling en de daaruit volgende conclusies dat de aanwezigheid van de vreemdeling in Nederland geheel in het teken staat van haar werkzaamheden voor de DHKP/C. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat uit de onderliggende stukken blijkt dat de vreemdeling via versluierd taalgebruik communiceert, dat zij opdrachten ontvangt en dat zij contact heeft met een kaderlid van de DHKP/C. Voorts wordt in aanmerking genomen dat in hoger beroep onbestreden zijn de overwegingen van de rechtbank in de aangevallen uitspraak dat de minister niet heeft hoeven twijfelen aan de juistheid van het ambtsbericht en dat uit het ambtsbericht voldoende duidelijk blijkt op basis waarvan de AIVD heeft geconcludeerd dat de vreemdeling een gevaar is voor de nationale veiligheid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e41e3bda0049c89cfeca01a48b4999347c3015184f724d0f77e76f131ad9d820. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e41e3bda0049c89cfeca01a48b4999347c3015184f724d0f77e76f131ad9d820, en de alinea staat in dat document op bytes 13024 tot 14310.