Citaat | Raad van State 19 april 2012

Alinea 65 Raad van State 19 april 2012

Een alinea uit Raad van State 19 april 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW4915.

Voor zover de vreemdeling betoogt dat zij had moeten worden gehoord omdat zij bij het indienen van haar zienswijze niet is bijgestaan door een advocaat, mist dit betoog feitelijke grondslag, zodat zich reeds daarom geen strijd met artikel 47 van het EU Handvest voordoet. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat in het besluit van 24 juni 2010 is vermeld dat de vreemdeling op 30 maart 2010 in de gelegenheid is gesteld om haar zienswijze omtrent het voornemen tot haar ongewenstverklaring mondeling naar voren te brengen, dat zij van die mogelijkheid geen gebruik heeft gemaakt en dat haar advocaat gemachtigde op 14 april 2010 haar zienswijze heeft overgelegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e41e3bda0049c89cfeca01a48b4999347c3015184f724d0f77e76f131ad9d820. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e41e3bda0049c89cfeca01a48b4999347c3015184f724d0f77e76f131ad9d820, en de alinea staat in dat document op bytes 25633 tot 26310.