Citaat | Raad van State 30 mei 2012

Alinea 39 Raad van State 30 mei 2012

Een alinea uit Raad van State 30 mei 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW6900.

2.5. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de Belastingdienst zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij kosten van kinderopvang heeft gemaakt. Hij voert daartoe aan, dat de rechtbank een onjuiste uitleg aan artikel 18 van de Awir en artikel 7 van de Wko heeft gegeven, nu uit artikel 18 van de Awir volgt dat de aanvrager van een kinderopvangtoeslag slechts desgevraagd gegevens verstrekt aan de Belastingdienst ter beoordeling of aanspraak bestaat op zodanige toeslag en de Belastingdienst heeft nagelaten om dergelijke gegevens bij hem op te vragen. Ten slotte voert [appellant] aan, dat nu de gastouder aangifte van inkomstenbelasting heeft gedaan het vervolgens op de weg van de Belastingdienst ligt om aannemelijk te maken dat hij geen kosten heeft gemaakt. Ingeval de bewijslast toch op hem rust, dan betoogt [appellant] dat de rechtbank hem ten onrechte niet in de gelegenheid heeft gesteld om alsnog aanvullende betalingsbewijzen te overleggen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bfd0e532763d73c567e306a4e0a090fcf87393d24ddf81b7d01532e8283676c4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bfd0e532763d73c567e306a4e0a090fcf87393d24ddf81b7d01532e8283676c4, en de alinea staat in dat document op bytes 9358 tot 10404.