Citaat | Raad van State 6 juni 2012

Alinea 22 Raad van State 6 juni 2012

Een alinea uit Raad van State 6 juni 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW7803.

2.2. De minister betoogt in de grief dat de voorzieningenrechter ten onrechte heeft overwogen dat de minister gelet op artikel 10, tweede lid, van Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven (PB 2008 L 348; hierna: de Terugkeerrichtlijn) in het besluit van 29 maart 2011 ten onrechte heeft volstaan met het aanwezig achten van adequate opvang voor de vreemdeling in Afghanistan om de enkele reden dat zijn moeder, die in Iran verblijft, de zorgplicht voor hem draagt. Daartoe voert de minister aan dat de voorzieningenrechter niet heeft onderkend dat uit de uitspraak van de Afdeling van 27 oktober 2005 in zaak nr. 200504649/1 (JV 2006/73) volgt dat ouders de zorgplicht dragen voor hun minderjarige kinderen. Gegeven de verantwoordelijkheid van de moeder kan van haar worden verwacht dat zij voor adequate opvang van de vreemdeling zorg draagt, al dan niet door zelf naar Afghanistan te reizen, aldus de minister.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/714091de68ad1869802343e3376b8f464935186a3a7143b47d0c0a3d1ca616a6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 714091de68ad1869802343e3376b8f464935186a3a7143b47d0c0a3d1ca616a6, en de alinea staat in dat document op bytes 7198 tot 8338.