Citaat | Raad van State 20 juni 2012

Alinea 30 Raad van State 20 juni 2012

Een alinea uit Raad van State 20 juni 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW8823.

2.3.2. Uit de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 3.2 van de Wro kan niet worden afgeleid dat voor de onderhavige situatie geen gebruik kan worden gemaakt van een voorlopige bestemming als bedoeld in die bepaling. Anders dan [appellant] en anderen kennelijk menen, volgt uit Kamerstukken II, 2002/03, 28 916, nr. 3, blz. 95 niet dat er voor het toekennen van een voorlopige bestemming een noodzaak moet bestaan voor de gefaseerde uitvoering van de uiteindelijke bestemming, in die zin dat het onmogelijk moet zijn om de uiteindelijke bestemming te realiseren zonder tijdelijke voortzetting van hetgeen met de voorlopige bestemming mogelijk wordt gemaakt. Evenmin is noodzakelijk dat hetgeen met de voorlopige bestemming mogelijk wordt gemaakt bijdraagt aan de verwezenlijking van de uiteindelijke bestemming. Uitdrukkelijk wordt immers gesteld dat het instrument van de voorlopige bestemming kan worden gebruikt om tijdelijk een bestaande bestemming of bestaand gebruik te laten voortbestaan. Gelet hierop faalt het betoog van [appellant] en anderen dat de raad geen voorlopige bestemming aan het verpleeghuis had mogen toekennen teneinde de bebouwing en het gebruik daarvan tijdelijk voort te zetten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/92f4e3a751d10af4c8718ce78217ff73ccf54cdf5d0884a9f8d1a399b566fba9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 92f4e3a751d10af4c8718ce78217ff73ccf54cdf5d0884a9f8d1a399b566fba9, en de alinea staat in dat document op bytes 9395 tot 10620.