Citaat | Raad van State 18 juli 2012

Alinea 39 Raad van State 18 juli 2012

Een alinea uit Raad van State 18 juli 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX1815.

Het college heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat de in beroep en hoger beroep door [appellant] alsnog ingebrachte stukken geen brondocument van een hogere rangorde in de zin van artikel 36, tweede lid, van de Wet gba zijn en dat bewijs van de juistheid van de in de uitspraak van de Turkse rechtbank aanvaarde wijziging van [appellant]s geboortejaar hiermee niet wordt geleverd. De omstandigheid dat [appellant]s ouders in 1962 bij zijn inschrijving op de Turkse basisschool 1 januari 1953 als zijn geboortedatum hebben opgegeven, kan niet leiden tot het oordeel dat de brief van deze school van 16 september 2010 een aanwijzing geeft van de juistheid van die geboortedatum, reeds omdat door zijn ouders hierna, in 1968, voor de Turkse geboorteregistratie 1 januari 1956 als zijn geboortedatum is opgegeven. Ook aan de in hoger beroep door [appellant] overgelegde schriftelijke getuigenverklaringen kan niet de betekenis worden gehecht die hij daaraan toegekend wil zien, reeds omdat de identiteit van deze getuigen niet naar behoren kan worden vastgesteld en dus niet kan worden beoordeeld of deze verklaringen afkomstig zijn van een objectieve bron. Ten slotte bieden ook de documenten betreffende de vader van [appellant] geen zekerheid over [appellant]s precieze geboortedatum.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6b6d561c4110e766bdd695c00e7160867a095ae72e2bd5bdbdc328eec3457aeb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6b6d561c4110e766bdd695c00e7160867a095ae72e2bd5bdbdc328eec3457aeb, en de alinea staat in dat document op bytes 16173 tot 17485.