Citaat | Raad van State 17 juli 2012
Alinea 26 Raad van State 17 juli 2012
Een alinea uit Raad van State 17 juli 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX2091.
2.2.1. Ter zitting bij de Afdeling heeft de minister betoogd dat, indien een vreemdeling niet tijdig hoger beroep heeft ingesteld en geen grond bestaat om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten, de rechter niet gehouden is te beoordelen of sprake is van bijzondere feiten en omstandigheden, als bedoeld in het arrest Bahaddar. Daartoe betoogt de minister dat het EHRM met het arrest Bahaddar heeft beoogd vreemdelingen te beschermen tegen het risico dat zij in een procedure niet in de gelegenheid worden gesteld hun volledige asielrelaas naar voren te brengen of te onderbouwen en dat de reikwijdte van dit arrest derhalve beperkt is tot procedureregels die betrekking hebben op de inrichting van de asielprocedure. Van zodanige procedureregels is, zo betoogt de minister, geen sprake bij bepalingen waarin de termijn is neergelegd waarbinnen een rechtsmiddel dient te worden aangewend. De vreemdeling kan een nieuwe asielaanvraag indienen dan wel een rechtsmiddel aanwenden tegen zijn uitzetting, indien die feitelijk geëffectueerd dreigt te worden, en aldus bewerkstelligen dat zijn beroep op artikel 3 van het EVRM alsnog in rechte wordt beoordeeld, aldus de minister.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0bf66a7e770cfe0cbcc3fc9a7485d9ba16add14d56aaff5602e31d0e1d28fc5e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0bf66a7e770cfe0cbcc3fc9a7485d9ba16add14d56aaff5602e31d0e1d28fc5e, en de alinea staat in dat document op bytes 10890 tot 12088.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0bf66a7e770cfe0cbcc3fc9a7485d9ba16add14d56aaff5602e31d0e1d28fc5e | shasum -a 256