Citaat | Raad van State 25 juli 2012

Alinea 38 Raad van State 25 juli 2012

Een alinea uit Raad van State 25 juli 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX2585.

2.3. [appellante] heeft betoogd dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat zij geen recht heeft op een kinderopvangtoeslag over 2008. Zij voert daartoe aan dat zij met de door haar in hoger beroep overgelegde bankafschriften van de gastouder over 2008 en de verklaring van de gastouder aannemelijk heeft gemaakt dat zij kosten van kinderopvang heeft gemaakt. Voorts voert zij aan dat uit de door haar in hoger beroep overgelegde overeenkomst volgt, dat zij in 2008 gebruik heeft gemaakt van gastouderopvang door tussenkomst van een gastouderbureau. Dat ook die overeenkomst niet is getekend door de houder, maakt niet dat die overeenkomst niet kan dienen als bewijs van kinderopvang. Ook zonder handtekening staat vast dat de kinderopvang op basis van die overeenkomst heeft plaatsgevonden. Een handtekening is geen bestaansvoorwaarde voor een schriftelijke overeenkomst. Uit onder meer artikel 6:217 van het Burgerlijk Wetboek volgt dat [appellante] een overeenkomst heeft gesloten met het gastouderbureau. De overeenkomst is schriftelijk vastgelegd, omdat alle rechten in plichten daarin zijn opgenomen en met de door haar overgelegde bankafschriften heeft zij aannemelijk gemaakt dat de overeenkomst is uitgevoerd, aldus [appellante].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0cfda4101e5c22d9808551c840c5b3cebb972855d10b6bd59d9c75e2e0a7ebd3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0cfda4101e5c22d9808551c840c5b3cebb972855d10b6bd59d9c75e2e0a7ebd3, en de alinea staat in dat document op bytes 9051 tot 10309.