Citaat | Raad van State 25 juli 2012

Alinea 31 Raad van State 25 juli 2012

Een alinea uit Raad van State 25 juli 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX2593.

2.4. De minister betoogt dat de rechtbank ten onrechte uit de rechtspraak van de Afdeling de conclusie trekt dat indien een aspect van het beroepshalve functioneren aan de orde is, zoals in deze zaak, in beginsel geen beroep kan worden gedaan op het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en dat dit slechts anders is indien het gaat om het openbaar maken van de namen van ambtenaren. Volgens hem leidt deze conclusie van de rechtbank ertoe dat niet-ambtenaren in het kader van hun beroepsmatig functioneren minder bescherming toekomt dan ambtenaren, hetgeen onjuist is. Voorts brengt het uitoefenen van het docentschap, anders dan de rechtbank heeft overwogen, niet een zodanig functioneren in de openbare levenssfeer mee dat de bescherming van de persoonlijke levenssfeer wordt opgegeven, aldus de minister.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fcf1aabe7a6701bc1ca39571027c7a24e9c8e59a23114b4858102407d9231704. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fcf1aabe7a6701bc1ca39571027c7a24e9c8e59a23114b4858102407d9231704, en de alinea staat in dat document op bytes 12081 tot 12922.