Citaat | Raad van State 1 augustus 2012

Alinea 32 Raad van State 1 augustus 2012

Een alinea uit Raad van State 1 augustus 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX3316.

2.6.2. Op het verzoek van [appellant] om een tegemoetkoming in planschade is de Wro van toepassing. Ingevolge artikel 6.1, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wro, voor zover hier van belang, is een oorzaak van schade een bepaling van een bestemmingsplan, niet zijnde een bepaling als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid. Artikel 3.6, eerste lid, heeft onder meer betrekking op een binnenplanse ontheffing. Het aanmerken van een binnenplanse ontheffing in artikel 6.1, tweede lid, aanhef en onder b, als een zelfstandige oorzaak van schade dient naar het oordeel van de Afdeling tot gevolg te hebben, dat bij de planvergelijking een in een bestemmingsplan opgenomen ontheffingsmogelijkheid bij de maximale invulling van dat bestemmingsplan buiten beschouwing wordt gelaten. Een ander oordeel zou tot de ongewenste situatie leiden dat de planologische vergelijking nimmer tot een planologische verslechtering kan leiden. Het schadeveroorzakende plan, de verlening van de binnenplanse vrijstelling, valt dan immers weg tegen de maximale invulling van het daaraan voorafgaande plan waarin de mogelijkheid van een binnenplanse vrijstelling is opgenomen. Het buiten beschouwing laten van ontheffingsmogelijkheden in de planvergelijking dient niet beperkt te worden tot het schadeveroorzakende plan, maar dient ook te geschieden bij de vaststelling van de mogelijkheden die het daaraan voorafgaande plan bood. Het wel rekening houden met niet benutte ontheffingsmogelijkheden in de planvergelijking aan de zijde van het oude plan zou tot een onjuiste vaststelling van door elkaar opvolgende plannen veroorzaakte schade leiden. Er is geen aanleiding hierover anders te oordelen als, zoals in dit geval, zowel het oude als nieuwe planologisch regime onder de oude WRO tot stand zijn gekomen. De Afdeling neemt hierbij in aanmerking dat uit het onder 2.6.1 weergegeven overgangsrecht volgt dat de onder de WRO tot stand gekomen bestemmingsplannen, binnenplanse vrijstellingen alsmede de vrijstellingen als bedoeld in artikel 19, eerste en tweede lid, van de WRO worden gelijkgesteld aan de bestemmingsplannen en ontheffingen die tot stand zijn gekomen onder de Wro. Anders dan de rechtbank heeft geoordeeld, is de Afdeling derhalve van oordeel dat het college de ontheffingsmogelijkheid in artikel 32 van de planvoorschriften ten onrechte heeft betrokken bij de maximale invulling van het bestemmingsplan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/12d4b0bc47a27bc853a8dc18f351a9253faa5e438baf129c4286ede5b1a046fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 12d4b0bc47a27bc853a8dc18f351a9253faa5e438baf129c4286ede5b1a046fd, en de alinea staat in dat document op bytes 14330 tot 16740.