Citaat | Raad van State 15 augustus 2012

Alinea 66 Raad van State 15 augustus 2012

Een alinea uit Raad van State 15 augustus 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX4684.

2.6.5. Voor de planologische aanvaardbaarheid van de uitbreiding van de kwekerij tot 10 m van de woning van [appellant] is van belang dat de uitbreiding reeds is voorzien in de wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan. Voor zover de uitbreiding als een planologisch nieuwe situatie moet worden aangemerkt, heeft de ruimtelijke afweging van de betrokken belangen al grotendeels plaatsgevonden bij de vaststelling van het bestemmingsplan. Daarbij is van belang dat het een specifieke wijzigingsbevoegdheid is, voor twee aan elkaar grenzende percelen. Gelet op de begrenzing van het gebied waaraan in het bestemmingsplan de aanduiding "gebied met wijzigingsbevoegdheid 10" was toegekend, was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan duidelijk dat de uitbreiding door wijziging mogelijk werd gemaakt op de percelen ten zuidwesten van het bestaande bedrijf in de richting van de woning van [appellant]. Voorts zijn in de wijzigingsvoorwaarden concrete eisen gesteld aan de oppervlakte van de bebouwing, de afstand tot de woningen buiten de percelen waarop de wijzigingsbevoegdheid betrekking heeft en de goot- en nokhoogte. Het wijzigingsplan voldoet aan de voorwaarden van de wijzigingsbevoegdheid. Zoals in 2.6.4 reeds overwogen voldoet het wijzigingsplan ook aan de in het Besluit glastuinbouw genoemde afstand tot een categorie II-object voor een type B-bedrijf. Gelet op deze omstandigheden heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt mogen stellen dat mag worden aangenomen dat ter plaatse van de woning van [appellant] een goed woon- en leefklimaat kan worden gewaarborgd. Daarbij is nog van belang dat de raad rekening heeft gehouden met het belang van [appellant] door voor het gedeelte van het perceel dat grenst aan zijn perceel een afwijkende bebouwingsregeling vast te stellen met een lagere goot- en bouwhoogte dan op grond van de wijzigingsregels mogelijk zou zijn, namelijk een maximale goothoogte van 3 m en een maximale nokhoogte van 5,5 m. Anders dan [appellant] kennelijk veronderstelt, zijn op dit gedeelte geen kassen tot 7,5 m toegestaan. De toegestane goot- en bouwhoogte zijn niet zo groot dat het uitzicht van [appellant] hierdoor onevenredig wordt aangetast. Voor zover deze regeling pas bij de vaststelling in het plan is opgenomen betreft dit een wijziging waardoor niet een geheel ander plan is ontstaan. Weliswaar is de smalle strook onbebouwde grond niet langer in het plan opgenomen, maar tegelijkertijd zijn de goot- en bouwhoogte voor de toegestane bebouwing aan deze zijde van het perceel verlaagd, waarbij is aangesloten bij de bouwhoogte voor bijgebouwen die op grond van het bestemmingsplan mogelijk was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc155f8a35939a5d87cf6b7f055d36e1ed464194687e91de2b679a691b90f3fe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc155f8a35939a5d87cf6b7f055d36e1ed464194687e91de2b679a691b90f3fe, en de alinea staat in dat document op bytes 21650 tot 24326.