Citaat | Raad van State 14 september 2012

Alinea 22 Raad van State 14 september 2012

Een alinea uit Raad van State 14 september 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX7963.

Daartoe betoogt de vreemdeling dat de rechtbank, mede in het licht van het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof) van 22 juni 2010, gevoegde zaken C-188/10 & C-189/10, Melki en Abdeli (www.curia.europa.eu), heeft miskend dat het proces-verbaal onvoldoende inzichtelijk maakt of is voldaan aan artikel 21, eerste lid, sub a, van Verordening (EG) nr. 562/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 tot vaststelling van een communautaire code betreffende de overschrijding van de grenzen door personen (hierna: de Schengengrenscode), of sprake is van een krachtens de Schengengrenscode ongeoorloofde grenscontrole en of gehandeld is in strijd met het verbod op willekeurige staandehouding neergelegd in de artikelen 6 en 7 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/99992175644f735d4d95bf09cf7612bc62784d32e7b77675f17d077c46c9c490. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 99992175644f735d4d95bf09cf7612bc62784d32e7b77675f17d077c46c9c490, en de alinea staat in dat document op bytes 7074 tot 7919.