Citaat | Raad van State 17 oktober 2012

Alinea 38 Raad van State 17 oktober 2012

Een alinea uit Raad van State 17 oktober 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY0375.

6.2. De rechtbank heeft bij de tussenuitspraak van 15 april 2011 een termijn gesteld waarbinnen de raad gebreken in het besluit van 31 augustus 2010 kon herstellen. Deze termijn eindigde op 19 juni 2011. De brief van de raad van 28 juli 2011 kan daarom, gelet op artikel 8:51b, tweede lid, gelezen in samenhang met artikel 8:51a van de Awb, niet worden aangemerkt als een schriftelijke mededeling als bedoeld in artikel 8:51b, tweede lid. Dit betekent dat ook het derde lid van dat artikel niet van toepassing was op de procedure bij de rechtbank. Bij de tussenuitspraak van 6 juli 2011 heeft de rechtbank partijen op de voet van artikel 8:51c, aanhef en onder b, van de Awb binnen vier weken na het ongebruikt verstrijken van die termijn meegedeeld dat het beroep verder op een zitting op 12 augustus 2011 zal worden behandeld, welke zitting volgens de aangevallen uitspraak met goedvinden van partijen feitelijk op 11 augustus 2011 heeft plaatsgevonden, omdat de gemachtigde van [appellante] op 12 augustus 2011 was verhinderd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/041d9fad6cca7abf817dfca146b591ce22f5040b3104d39339a734c4e82b7c62. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 041d9fad6cca7abf817dfca146b591ce22f5040b3104d39339a734c4e82b7c62, en de alinea staat in dat document op bytes 15990 tot 17032.