Citaat | Raad van State 31 oktober 2012

Alinea 30 Raad van State 31 oktober 2012

Een alinea uit Raad van State 31 oktober 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY1691.

3. De rechtbank heeft overwogen dat [appellante] heeft betoogd dat de binnentreding in de woning op 7 juni 2010 onrechtmatig was, omdat de machtiging voor de binnentreding van de politie in strijd met artikel 6, eerste lid, aanhef en onder a, van de Awbi niet was ondertekend en evenmin is gebleken dat de in die machtiging vermelde hoofdagent daadwerkelijk in de woning is binnengetreden. De rechtbank heeft de juistheid van deze stelling in het midden gelaten, aangezien zij van oordeel is dat deze gebreken, nu er wel een machtiging voor binnentreden in de woning door een hulpofficier van justitie is afgegeven, niet van dien aard zijn dat het gebruik van de bij die binnentreding verkregen informatie zozeer indruist tegen hetgeen van een behoorlijk handelende overheid moet worden gevergd, dat het college zijn besluit niet meer op die informatie mocht baseren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5f762ec91957c33cc28281da0400b61a2c1f8496b8a6a38218e28a3553444966. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5f762ec91957c33cc28281da0400b61a2c1f8496b8a6a38218e28a3553444966, en de alinea staat in dat document op bytes 10966 tot 11849.