Citaat | Raad van State 7 november 2012

Alinea 50 Raad van State 7 november 2012

Een alinea uit Raad van State 7 november 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY2508.

9. Met betrekking tot de overleden patiënten betoogt [appellante sub 2] dat de rechtbank had moeten onderkennen dat het college de uiterst kleine kans van identificatie en de daaruit mogelijk volgende schending van de persoonlijke levenssfeer van de reeds overleden personen en hun nabestaanden niet van zwaarder gewicht had mogen achten dan het belang van toekomstige gebruikers en ouders van gebruikers om van de bijwerkingen van het geneesmiddel op de hoogte te kunnen raken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e8e12e7ec9bc7a3bab42b5d5513e9f6472db3d029855af307c2686473882a074. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e8e12e7ec9bc7a3bab42b5d5513e9f6472db3d029855af307c2686473882a074, en de alinea staat in dat document op bytes 26532 tot 27024.