Citaat | Raad van State 28 november 2012

Alinea 37 Raad van State 28 november 2012

Een alinea uit Raad van State 28 november 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY4425.

Hoewel het vertrouwensbeginsel, waarop [appellant] een beroep doet, niet zo ver strekt dat gerechtvaardigde verwachtingen altijd moeten worden gehonoreerd, heeft het college bij het besluit van 25 april 2003 op ondubbelzinnige wijze en zonder enige beperking tot uitdrukking gebracht dat het niet tot handhavend optreden tegen het gebruik van de woning als burgerwoning in strijd met het bestemmingsplan "Uitbreidingsplan Duinrand" zou overgaan. Het heeft daarin gemotiveerd uiteengezet - zoals weergeven in 5.1 - waarom het, ondanks het verzoek daartoe van Mijbupark, het toen in verband met de rechtszekerheid niet rechtmatig achtte handhavend op te treden. Nu het besluit van 25 april 2003 formele rechtskracht heeft verkregen, moet van de rechtmatigheid van dat besluit worden uitgegaan. Gelet op de duidelijke tekst van het besluit van 25 april 2003, heeft [appellant] aan dat besluit de gerechtvaardigde verwachting mogen ontlenen dat het college - ook na een nieuw verzoek daartoe van Mijbupark - niet tot handhaving zou overgaan. Gelet daarop en het verhandelde ter zitting van de Afdeling, heeft [appellant] naar de strekking van het besluit van 25 april 2003 gehandeld, onder meer door investeringen in de woning te doen. Bij het in bezwaar gehandhaafde besluit van 18 januari 2011 is het college, naar aanleiding van een nieuw verzoek om handhaving van Mijbupark, teruggekomen van het voor [appellant] gunstige besluit van 25 april 2003, hoewel het planologische regime niet was gewijzigd. Door er geen rekening mee te houden dat het gerechtvaardigde verwachtingen bij [appellant] had gewekt en dat [appellant] door het alsnog handhavend optreden onevenredig in zijn belangen wordt geschaad, heeft het college de belangen van [appellant] bij het in bezwaar gehandhaafde besluit van 18 januari 2011 onvoldoende betrokken. Gelet op deze omstandigheden bracht artikel 3:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) mee dat - ook al heeft het college in de omstandigheden die zich na het besluit van 25 april 2003 hebben voorgedaan op zichzelf aanleiding mogen zien tot handhavend optreden over te gaan - het college daartoe niet heeft kunnen overgaan zonder daarbij te bezien of, en zo ja, in hoeverre, aan [appellant] enige vorm van compensatie moest worden geboden. De voorzieningenrechter heeft dat niet onderkend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/da553aab197be951c6dea2374e1831ca1236496ed718ee45fcd1cdda417cc5b7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt da553aab197be951c6dea2374e1831ca1236496ed718ee45fcd1cdda417cc5b7, en de alinea staat in dat document op bytes 16980 tot 19339.