Citaat | Raad van State 5 december 2012

Alinea 32 Raad van State 5 december 2012

Een alinea uit Raad van State 5 december 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY5148.

3. Voor zover de vennootschap met haar verweerschrift incidenteel hoger beroep heeft ingesteld tegen de aangevallen uitspraak, geldt dat, zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 15 november 2001 in zaak nr. 200104765/1, AB 2002, 54), de Algemene wet bestuursrecht noch de Wet op de Raad van State daarvoor een grondslag biedt. Dat, aldus de vennootschap, in het licht van het lex mitior-beginsel - dat inhoudt dat de voor de overtreder gunstigste wetgeving moet worden toegepast als deze na de overtreding is gewijzigd - bij wijze van anticipatie toepassing moet worden gegeven aan het wetsvoorstel dat voorziet in het openstellen van incidenteel hoger beroep (Wet Wijziging van de Algemene wet bestuursrecht en aanverwante wetten met het oog op enige verbeteringen en vereenvoudigingen van het bestuursprocesrecht; Kamerstukken I 2011/12, 32 450, nr. A Herdruk, blz. 24) leidt niet tot een ander oordeel, reeds omdat dit wetsvoorstel de status van wet nog niet heeft bereikt. De verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 25 november 1987, nr. 24538, V-N 1988/362.6, treft evenmin doel, aangezien de Hoge Raad daarin geen toepassing heeft gegeven aan een voorgenomen regeling in een wetsvoorstel, maar heeft overwogen dat de in dat arrest gegeven uitleg van de Algemene wet inzake rijksbelastingen met dat voorstel strookt. De Centrale Raad van Beroep heeft in de uitspraak van 3 november 2005, nrs. 03/386 en 03/388, LJN: AU7104, waarnaar de vennootschap voorts heeft verwezen, aanleiding gezien om in te gaan op hetgeen de gedaagde partij in hoger beroep had aangevoerd, omdat dit nauw verweven was met de hogerberoepsgronden. Een dergelijke verwevenheid doet zich in deze zaak niet voor. De door de minister voorgedragen hogerberoepsgronden zijn uitsluitend gericht tegen de matiging door de rechtbank van de ter zake van de tewerkstelling van [vreemdeling] opgelegde boete, terwijl de vennootschap heeft aangevoerd dat de in het besluit van 11 maart 2011 vermelde overtredingen haar niet zijn te verwijten en dat de bij dat besluit opgelegde boete in zijn geheel op nihil moet worden gesteld dan wel gematigd. Reeds hierom leidt ook de verwijzing naar voormelde uitspraak van 3 november 2005 niet tot het daarmee beoogde doel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d05791bfc4c33e9dc7582d9bd8fa7f9d88daf9aeead480016364c92d7c90f7f2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d05791bfc4c33e9dc7582d9bd8fa7f9d88daf9aeead480016364c92d7c90f7f2, en de alinea staat in dat document op bytes 10052 tot 12322.