Citaat | Raad van State 14 december 2012
Alinea 22 Raad van State 14 december 2012
Een alinea uit Raad van State 14 december 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY7400.
2. De vreemdeling klaagt dat de rechtbank de beroepsgrond dat hij met betrekking tot het verlengingsbesluit ten onrechte niet is gekend in het voornemen om dat besluit te nemen, ten onrechte slechts heeft beoordeeld in het licht van de artikelen 4:8 en 2:1 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb). Daartoe voert de vreemdeling aan dat de rechtbank, door aldus te overwegen, die beroepsgrond te beperkt heeft opgevat, aangezien ter onderbouwing daarvan primair is gewezen op het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel, zoals weergegeven in onder meer het arrest van het Hof van Justitie van 18 december 2008 in zaak nr. C-349/07, Sopropé (www.curia.europa.eu; hierna: het arrest Sopropé). Uit dat arrest volgt dat dit beginsel steeds van toepassing is wanneer de administratie voornemens is een bezwarend besluit ten opzichte van een bepaalde persoon te nemen. Voordat een dergelijk besluit wordt genomen, moet degene die het betreft in de gelegenheid worden gesteld zijn opmerkingen kenbaar te maken, waarvoor hem een redelijke termijn moet worden geboden. Nu niet in geschil is dat het verlengingsbesluit een bezwarend besluit is als hiervoor bedoeld, dat zijn oorsprong vindt in het Unierecht, stelt de vreemdeling dat hij derhalve voorafgaand aan het nemen van dat besluit had moeten worden gehoord. De vertrekgesprekken die in de betreffende periode hebben plaatsgevonden volstaan daartoe niet, nu hij daarin niet is geïnformeerd over het op handen zijnde verlengingsbesluit en deze gesprekken niet tot doel hadden hem in staat te stellen naar behoren zijn standpunt kenbaar te maken over de elementen waarop de staatssecretaris dat besluit wilde baseren. Nu het de staatssecretaris bekend was dat de vreemdeling wordt bijgestaan door een gemachtigde, heeft daarnaast het verkeer omtrent het verlengingsbesluit ten onrechte niet via die gemachtigde plaatsgevonden. Tot slot betoogt de vreemdeling dat in dit geval ten onrechte en in strijd met artikel 15, zesde lid, van Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven (PB 2008 L 348; hierna: de Terugkeerrichtlijn) geen blijk is gegeven van enige terughoudendheid bij de verlenging van de bewaringstermijn. Ten onrechte en in strijd met vaste jurisprudentie heeft in dit kader ook geen verzwaarde belangenafweging plaatsgevonden, aldus de vreemdeling.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a6e08d2e8e004c80df611bb31b6a3f209b8b077285da1741174bac85b3508d99. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a6e08d2e8e004c80df611bb31b6a3f209b8b077285da1741174bac85b3508d99, en de alinea staat in dat document op bytes 6749 tot 9267.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a6e08d2e8e004c80df611bb31b6a3f209b8b077285da1741174bac85b3508d99 | shasum -a 256