Citaat | Raad van State 3 juli 2013
Alinea 47 Raad van State 3 juli 2013
Een alinea uit Raad van State 3 juli 2013, ECLI:NL:RVS:2013:111.
4.6. De verklaringen van zowel de controleambtenaren als die van de meisjes zijn, gelet op hetgeen in het Kostovski-arrest is overwogen, getuigenverklaringen in de zin van artikel 6, derde lid, aanhef en onder d, van het EVRM. Om de identiteit van dergelijke getuigen geheim te houden, moet er een gegronde reden zijn. Uit het Mesesnel-arrest volgt verder dat wanneer een veroordeling alleen of in beslissende mate berust op anonieme verklaringen van getuigen, voldoende compenserende maatregelen dienen te zijn genomen. Zoals het EHRM voorts heeft overwogen (onder meer het arrest van 13 januari 2009 in zaak nr. 926/05, Taxquet tegen België, paragraaf 64; www.echr.coe.int) dient de identiteit van de getuigen in ieder geval bekend te zijn bij de rechter.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7dca3305e0ec706b13a13dcd5a2fdbd6e40ee009cd7b1af27a836aa127d618e8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7dca3305e0ec706b13a13dcd5a2fdbd6e40ee009cd7b1af27a836aa127d618e8, en de alinea staat in dat document op bytes 23612 tot 24383.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7dca3305e0ec706b13a13dcd5a2fdbd6e40ee009cd7b1af27a836aa127d618e8 | shasum -a 256