Citaat | Raad van State 3 juli 2013

Alinea 136 Raad van State 3 juli 2013

Een alinea uit Raad van State 3 juli 2013, ECLI:NL:RVS:2013:114.

24.2. [appellant sub 3] heeft met zijn niet nader onderbouwde stelling niet aannemelijk gemaakt dat onvoldoende vergunningvoorschriften zijn gesteld ter bescherming van de bodem. In dit verband is van belang dat naast de vergunningvoorschriften in hoofdstuk 4 ook andere voorschriften ter bescherming van de bodem aan de vergunning zijn verbonden. Die voorschriften hebben betrekking op afvalstoffen, de opslag van mest en het bewaren van gevaarlijke stoffen en oliën in de emballage. [appellant sub 3] kan evenmin worden gevolgd in zijn betoog dat de vergunningvoorschriften te veel aan vergunninghouder overlaten. In de vergunningvoorschriften 4.1 tot en met 4.3 is dwingend voorgeschreven hoe vergunninghouder moet handelen om verontreiniging van de bodem zoveel mogelijk te voorkomen en te beperken. Voorts bestaat geen grond voor het oordeel dat de eerste zin van vergunningvoorschrift 4.2 onduidelijk is. [appellant sub 3] heeft ook niet onderbouwd waarom dit het geval is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00bbce5663a5cb927fc70284645941bb351b0331d5cc95494a799c43c5c7daa4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00bbce5663a5cb927fc70284645941bb351b0331d5cc95494a799c43c5c7daa4, en de alinea staat in dat document op bytes 47882 tot 48875.