Citaat | Raad van State 28 juni 2013
Alinea 27 Raad van State 28 juni 2013
Een alinea uit Raad van State 28 juni 2013, ECLI:NL:RVS:2013:124.
4.2. De voorzieningenrechter heeft overwogen dat uit de toelichting van het verwantschapsrapport in ieder geval blijkt dat de kans dat er tussen de vreemdeling en de gestelde broer geen verwantschap in de mannelijke lijn is zeer klein is en dat de staatssecretaris zich gelet daarop in redelijkheid niet op het standpunt heeft kunnen stellen dat door het ontbreken van statistische gegevens die verwantschap niet is aangetoond. Voorts heeft de voorzieningenrechter overwogen dat de door de staatssecretaris ingenomen stelling dat de vreemdeling en zijn gestelde broer hun verklaringen mogelijk op elkaar hebben afgestemd, evenmin een voldoende motivering oplevert, nu hun verklaringen zien op gezinsomstandigheden uit een ver verleden. Gelet op de uitkomst van het verwantschapsonderzoek, in samenhang bezien met hetgeen de vreemdeling en zijn - gestelde - broer hebben verklaard, is de voorzieningenrechter van oordeel dat de staatssecretaris met de in het besluit neergelegde motivering in redelijkheid niet tot het oordeel heeft kunnen komen dat de vreemdeling de ongeloofwaardigheid omtrent zijn gestelde nationaliteit, identiteit en herkomst niet heeft weten weg te nemen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/54d7634278d38a875644446dace3d49c59be815e9b592c13bfd4ed46626991db. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 54d7634278d38a875644446dace3d49c59be815e9b592c13bfd4ed46626991db, en de alinea staat in dat document op bytes 10292 tot 11482.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/54d7634278d38a875644446dace3d49c59be815e9b592c13bfd4ed46626991db | shasum -a 256