Citaat | Raad van State 3 juli 2013

Alinea 38 Raad van State 3 juli 2013

Een alinea uit Raad van State 3 juli 2013, ECLI:NL:RVS:2013:134.

4. De rechtbank heeft overwogen dat zij de staatssecretaris kan volgen in zijn afweging dat de ernst van de strafbare feiten, het tijdsverloop en het feit dat [wederpartij] ten tijde van het plegen van het delict meerderjarig was, maken dat de gevraagde VOG voor weigering gereed ligt. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de staatssecretaris bij de belangenafweging echter onvoldoende gewicht toegekend aan het feit dat [wederpartij] de VOG nodig heeft voor het completeren van de administratie van de school, waar hij sinds 1983 naar volle tevredenheid werkzaam is en waarmee hij heeft aangetoond dat hij voor de leerlingen geen risico vormt. Het belang van de leerlingen bij behoud van [wederpartij] als docent, zoals volgt uit een brief van 20 december 2011, is door de staatssecretaris onbelicht gelaten. Daarbij zijn de strafbare feiten begaan in de privésfeer en niet tegen een minderjarige. Voorts zijn de zedendelicten van de lichtste soort. Op grond van deze feiten en omstandigheden, in samenhang bezien, had de staatssecretaris tot de beslissing dienen te komen dat de weigering evident disproportioneel is te achten, aldus de rechtbank.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/47fa27ccab275cf0c21826081903620084d07c0ef7f7ca738998c79e8094a159. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 47fa27ccab275cf0c21826081903620084d07c0ef7f7ca738998c79e8094a159, en de alinea staat in dat document op bytes 13271 tot 14437.