Citaat | Raad van State 23 oktober 2013
Onder 4.10 Raad van State 23 oktober 2013
Een alinea uit Raad van State 23 oktober 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1586.
In het geval een zaak is aangehouden wegens een prejudiciële verwijzing door een andere rechter, blijkt het bepalen van de precieze periode die de aanhoudende rechter kan toerekenen aan de prejudiciële procedure - en buiten beschouwing kan laten bij het bepalen van de schending van de redelijke termijn in de nationale procedure - minder eenvoudig dan men op het eerste gezicht zou denken. Verschillen van benadering tussen (en soms binnen) de rechterlijke colleges bestaan bij het bepalen van zowel het begin- als eindpunt van de relevante periode. Om deze te illustreren wordt hierna een aantal uitspraken van Nederlandse bestuursrechters vermeld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/60d487911e81be0e6ccefebf2fded093e999d052a5946025e2c0c0cc7fda8929. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 60d487911e81be0e6ccefebf2fded093e999d052a5946025e2c0c0cc7fda8929, en de alinea staat in dat document op bytes 131566 tot 132232.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/60d487911e81be0e6ccefebf2fded093e999d052a5946025e2c0c0cc7fda8929 | shasum -a 256