Citaat | Raad van State 23 oktober 2013
Onder 3.7 Raad van State 23 oktober 2013
Een alinea uit Raad van State 23 oktober 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1586.
In Nederland hebben de hoogste bestuursrechters de ontwikkeling van een effectief compensatoir rechtsmiddel bij overschrijdingen van de redelijke termijn in niet-punitieve zaken vanaf 2008 serieus ter hand genomen. (zie noot 51) Zij werden hiertoe min of meer gedwongen, omdat de wetgever geen actie ondernam. Het betreffende rechtsmiddel heeft zowel betrekking op de overschrijding van de redelijke termijn door het bestuursorgaan als door de rechter. (zie noot 52) Wanneer de rechter op grond van zijn - hierna uitvoerig te bespreken - vuistregels het vermoeden heeft dat de redelijke termijn is geschonden en deze schending mede kan worden toegerekend aan de rechterlijke procedure, (zie noot 53) heropent hij door middel van een verdragsconforme uitleg van artikel 8:73 Awb het onderzoek, en wordt de Staat der Nederlanden met toepassing van artikel 8:26 Awb (ook) als partij in die procedure aangemerkt. In de daarop volgende schadeprocedure bepaalt de rechter of de redelijke termijn werkelijk is overschreden (of dat daarvoor een rechtvaardiging bestaat) en, als dat het geval is, stelt hij de schade vast die door het bestuursorgaan (voor overschrijdingen in de bestuurlijke fase), dan wel door de Staat (voor de overschrijdingen door de rechter) moet worden vergoed. Bij het bepalen van de hoogte van de immateriële schadevergoeding geldt het - overigens weerlegbare - rechtsvermoeden dat de rechtszoekende als gevolg van de overschrijding ‘daadwerkelijke spanning en frustratie’ heeft geleden. Ter compensatie hiervan passen de bestuursrechters een standaardtarief van 500 Euro toe voor elke zes maanden dat de redelijke termijn is overschreden, met een afronding naar boven. In 2010 was de toenmalige minister van Veiligheid & Justitie nog voornemens om het door de rechtspraak ontwikkelde rechtsmiddel ook wettelijk te regelen en werd een daartoe strekkende consultatieversie voor een wijziging van de Awb uitgebracht. (zie noot 54) Volgens de huidige minister van V&J voorziet de bestuursrechtelijke jurisprudentie inmiddels echter op bevredigende wijze in de toekenning van schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn en is er geen dringende reden meer om met wetgeving ter zake te komen. Daarom is de aangekondigde wettelijke regeling niet langer in het departementale wetgevingsprogramma opgenomen. (zie noot 55)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/60d487911e81be0e6ccefebf2fded093e999d052a5946025e2c0c0cc7fda8929. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 60d487911e81be0e6ccefebf2fded093e999d052a5946025e2c0c0cc7fda8929, en de alinea staat in dat document op bytes 53752 tot 56326.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/60d487911e81be0e6ccefebf2fded093e999d052a5946025e2c0c0cc7fda8929 | shasum -a 256