Citaat | Raad van State 23 oktober 2013
Onder 3.9 Raad van State 23 oktober 2013
Een alinea uit Raad van State 23 oktober 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1586.
"Op dit punt verdient de lijn van de Hoge Raad in zijn arrest van 22 april 2005, de voorkeur (boven de casuïstische benadering van het EHRM - RW). Omwille van de duidelijkheid over de lengte van de redelijke termijn kiest hij voor indicatieve termijnen als uitgangspunt: twee jaar voor bezwaar en beroep in eerste aanleg, twee jaar voor hoger beroep en (…) twee jaar voor beroep in cassatie. De factoren van het EHRM bepalen in de benadering van de Hoge Raad niet de redelijkheid van het feitelijke tijdsverloop, maar het oordeel of overschrijding van een prima vista redelijke termijn door bijzondere omstandigheden gerechtvaardigd is. Dat is een veel minder open vraag. Aldus hebben de procesleiders (rechter en bestuur - RW) een vast punt in de lucht."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/60d487911e81be0e6ccefebf2fded093e999d052a5946025e2c0c0cc7fda8929. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 60d487911e81be0e6ccefebf2fded093e999d052a5946025e2c0c0cc7fda8929, en de alinea staat in dat document op bytes 59118 tot 59890.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/60d487911e81be0e6ccefebf2fded093e999d052a5946025e2c0c0cc7fda8929 | shasum -a 256