Citaat | Raad van State 10 juli 2013

Alinea 48 Raad van State 10 juli 2013

Een alinea uit Raad van State 10 juli 2013, ECLI:NL:RVS:2013:181.

Gelet op artikel 53, eerste lid, en artikel 55, eerste lid, van de Wiv, heeft de rechtbank in het in beroep aangevoerde terecht evenmin grond gevonden voor het oordeel dat de minister de gestelde bijzondere posities van [appellanten] ten onrechte niet in zijn beoordeling heeft betrokken. Beide bepalingen bevatten criteria, aan de hand waarvan de minister een verzoek, als bedoeld in artikel 47, eerste lid, dan wel artikel 51, eerste lid, van de Wiv, moet beoordelen. Daarbij is hem geen ruimte gelaten de belangen van de desbetreffende verzoekers in aanmerking te nemen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e70f166bde227964100d33f0d7ea6031f9d99f0d8ca8b276bf9d3e4e67c98301. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e70f166bde227964100d33f0d7ea6031f9d99f0d8ca8b276bf9d3e4e67c98301, en de alinea staat in dat document op bytes 17367 tot 17954.