Citaat | Raad van State 13 november 2013
Alinea 34 Raad van State 13 november 2013
Een alinea uit Raad van State 13 november 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1895.
5. Bij besluit van 30 juli 2013 heeft het college, ter uitvoering van de tussenuitspraak en in navolging van een advies van de SAOZ van 25 juli 2013, opnieuw beslist op het bezwaar van [appellant], het besluit van 20 april 2010 herzien, in die zin dat de aanvraag van [appellant] om een tegemoetkoming in planschade op andere gronden wordt afgewezen. Volgens de SAOZ heeft [appellant] door het vrijwillig verkopen van gronden aan de gemeente ten behoeve van het nieuwe bedrijventerrein, bewust het risico genomen dat het bedrijventerrein dichter bij zijn perceel en woning zou kunnen worden gerealiseerd. Indien hij die medewerking niet had verleend, had het mogelijke bedrijventerrein op een afstand van minimaal 93 m van het woonperceel en ongeveer 124 m van de woning kunnen worden gerealiseerd in plaats van thans op een afstand van ongeveer 40 m en 70 m. Rekening houdend met deze grotere afstand, zou het planologisch nadeel en daarmee de schade ten gevolge van het bedrijventerrein voor [appellant] beduidend lager uitgevallen zijn, te weten niet € 40.000,00, maar € 7.500,00. De SAOZ heeft geconcludeerd dat [appellant] door het actief verlenen van medewerking aan de gemeente ten behoeve van het nieuwe bedrijventerrein, de daardoor ontstane schade in overwegende mate heeft aanvaard. De SAOZ heeft voorts geconcludeerd dat de planologische wijziging als een in de algemene lijn der verwachting liggende normale maatschappelijke ontwikkeling kan worden gezien en dat dit voor [appellant], gezien zijn uitdrukkelijke medewerking aan de verkoop, in verhoogde mate geldt. Verder past de nieuwbouw binnen de bestaande stedenbouwkundige structuur en het al langer bekende gemeentelijk ruimtelijk beleid. De afstanden van het nieuwe terrein tot het perceel en de woning van [appellant] zijn betrekkelijk ruim, maar de invloed ervan is volgens de SAOZ duidelijk merkbaar. De SAOZ is, het aspect risicoaanvaarding in aanmerking nemende, tot de slotsom gekomen dat de niet voorzienbare schade van € 7.500,00 als zeer licht moet worden gekwalificeerd en voor [appellant] zodanig gering is, dat die geheel als behorende tot het normaal maatschappelijk risico kan worden gerekend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/effc8ac710db4d21b6c2dc9217bc079a949f5b2d5dbf2b77ac21f4a328ebdf19. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt effc8ac710db4d21b6c2dc9217bc079a949f5b2d5dbf2b77ac21f4a328ebdf19, en de alinea staat in dat document op bytes 11155 tot 13351.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/effc8ac710db4d21b6c2dc9217bc079a949f5b2d5dbf2b77ac21f4a328ebdf19 | shasum -a 256