Citaat | Raad van State 13 november 2013
Alinea 56 Raad van State 13 november 2013
Een alinea uit Raad van State 13 november 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1908.
3.1. Met de rechtbank is de Afdeling van oordeel dat de periode tussen de aanvraag en het daarop genomen besluit lang heeft geduurd. Ondanks dat [appellanten] gedurende de periode dat zij niet meer beschikten over een geldige exploitatievergunning tot de dag waarop deze is geweigerd, de coffeeshop op reguliere wijze hebben kunnen voortzetten, hebben zij in onzekerheid verkeerd over het voortbestaan van de coffeeshop. Met de rechtbank is de Afdeling evenwel van oordeel dat de duur van de besluitvorming er niet toe leidt dat de burgemeester de adviezen van het Bureau van 16 februari 2011 en 12 mei 2011 niet aan de weigering ten grondslag mocht leggen dan wel alsnog diende over te gaan tot het verlenen van de exploitatievergunning. Gelet op het feit dat het eerdere advies van 17 juli 2009 gedateerd was, is aan [appellanten] bij brief van 8 september 2010 verzocht om nieuwe stukken in te dienen. Voorts hebben gesprekken plaatsgevonden op 28 september 2010, 4 oktober 2010, 12 oktober 2010 en 6 december 2010. Op 18 november 2010 en 6 december 2010 zijn nieuwe stukken ingediend. Met het oog op een zorgvuldige besluitvorming is na afstemming met [appellanten] besloten om een nieuw advies te vragen aan het Bureau. Anders dan [appellanten] stellen, zijn zij op de hoogte gehouden van de voortgang van de behandeling van hun aanvraag. Verder is het eerdere advies van 17 juli 2009 niet aan de weigering ten grondslag gelegd. Wat betreft de in de Wet bibob neergelegde termijnen voor de behandeling van een aanvraag, wordt overwogen dat zowel het advies van 16 februari 2011 als het advies van 12 mei 2011 binnen de daarvoor gestelde termijn van maximaal acht weken is uitgebracht. Voorts hebben [appellanten] hun stelling dat de burgemeester bewust de procedure heeft vertraagd om voldoende feiten en omstandigheden te verkrijgen om aan de weigering van de exploitatievergunning ten grondslag te kunnen leggen op geen enkele wijze aannemelijk gemaakt. Daarbij wordt opgemerkt dat [appellanten] als gevolg van de duur van de besluitvorming niet op onevenredige wijze in hun belangen zijn geschaad, aangezien zij de exploitatie van de coffeeshop gedurende deze periode mochten voortzetten. Ten slotte is het dwangsombesluit van 18 januari 2012 geen onderwerp van deze procedure en is dit overigens niet relevant voor de beoordeling van de besluitvormingsprocedure in het kader van de aanvraag om de exploitatievergunning. De rechtbank heeft terecht geen grond gezien voor het oordeel dat de duur van de besluitvormingsprocedure een schending van het rechtszekerheids- en zorgvuldigheidsbeginsel of van artikel 6 van het EVRM met zich brengt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3023f212f4e17e214996eb2ac70970ed92663bac20b2f7648ea8086dbbd66c95. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3023f212f4e17e214996eb2ac70970ed92663bac20b2f7648ea8086dbbd66c95, en de alinea staat in dat document op bytes 17266 tot 19927.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3023f212f4e17e214996eb2ac70970ed92663bac20b2f7648ea8086dbbd66c95 | shasum -a 256