Citaat | Raad van State 13 november 2013
Alinea 70 Raad van State 13 november 2013
Een alinea uit Raad van State 13 november 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1908.
6. [appellanten] betogen verder dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de burgemeester zich op grond van de aan de weigering ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, op het standpunt heeft mogen stellen dat [broer appellant A] tot hen in een zakelijk samenwerkingsverband staat. De rechtbank mocht niet volstaan met het ongemotiveerde oordeel dat de door hen aangedragen verklaringen op grond waarvan naar hun mening geen zakelijk samenwerkingsverband uit de aan de weigering ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden kan worden afgeleid niet overtuigen. [appellanten] voeren aan dat de lening van [voormalig partner] van [appellant B], van € 100.000,00 in 2004 aan [broer appellant A] was bedoeld voor het opknappen van het pand aan de [locatie 1]. Aangezien [voormalig partner] [appellant A] nauwelijks kende, heeft hij de lening aan [broer appellant A] verstrekt, die de lening vervolgens aan [appellanten] moest verstrekken. Deze lening is geregistreerd in de boekhouding van ETS en is ook als zodanig opgenomen op de jaarrekening van de coffeeshop. De Belastingdienst heeft de lening beoordeeld en goedgekeurd. De rechtbank heeft volgens [appellanten] miskend dat de burgemeester ten onrechte aan de lening de conclusie heeft verbonden dat [broer appellant A] als financier van de coffeeshop zou optreden dan wel handelingen zou verrichten voor de coffeeshop die verder gaan dan het slechts ontvangen van het overeengekomen winstaandeel. [appellanten] voeren voorts aan dat de betaalde borgsom in het kader van de tussen [appellant A] en [bedrijf] op 31 januari 2007 gesloten koopovereenkomst gebruikelijk is in het zakelijk vastgoedverkeer om de uiteindelijke afname van een pand of perceel te garanderen. De burgemeester gaat er volgens [appellanten] ten onrechte vanuit dat de koopovereenkomst zou zijn ontbonden op het moment dat duidelijk was dat geen vergunning werd verkregen voor de exploitatie van een coffeeshop aan de [locatie 2] waardoor [bedrijf] de borgsom redelijkerwijs aan [appellant A] moest terugbetalen. Deze in de koopovereenkomst opgenomen voorwaarde is niet ingetreden, omdat tot op heden geen besluit is ontvangen inhoudende een weigering van een exploitatievergunning voor de [locatie 2] en aan deze ontbindende voorwaarde geen fatale termijn is verbonden. De koopovereenkomst is volgens [appellanten] dan ook niet ontbonden, zodat [appellant A] de door hem betaalde borgsom verschuldigd blijft tot het moment van afname van het pand. Verder heeft de rechtbank ten onrechte geen betekenis toegekend aan de door [broer appellant A] en [appellant A] ten overstaan van de notaris onder ede afgelegde verklaringen, aldus [appellanten].
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3023f212f4e17e214996eb2ac70970ed92663bac20b2f7648ea8086dbbd66c95. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3023f212f4e17e214996eb2ac70970ed92663bac20b2f7648ea8086dbbd66c95, en de alinea staat in dat document op bytes 35003 tot 37735.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3023f212f4e17e214996eb2ac70970ed92663bac20b2f7648ea8086dbbd66c95 | shasum -a 256