Citaat | Raad van State 13 november 2013
Alinea 79 Raad van State 13 november 2013
Een alinea uit Raad van State 13 november 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1908.
7.1. Niet in geschil is dat [broer appellant A] in 2002, 2004 en 2009 is veroordeeld wegens het handelen in strijd met de Opiumwet, zodat de burgemeester zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat deze feiten erop wijzen dat [broer appellant A] in strijd handelt met de Opiumwet. Aan het vermoeden dat [broer appellant A] in strijd handelt met de Opiumwet en zich schuldig maakt aan witwassen is ten grondslag gelegd dat uit politiemutaties van 30 mei 2005, 19 augustus 2005, 10 juni 2009 en 17 oktober 2010 volgt dat [broer appellant A] in verband wordt gebracht met het handelen in strijd met de Opiumwet. Voorts kan op grond van informatie over de leningen van [voormalig partner] en [appellant B] niet worden uitgesloten dat sprake is van een witwasconstructie. Uit informatie van de Financial Intelligence Unit Nederland (hierna: FIU-NL) volgt verder dat zeventien transacties ten name van [broer appellant A] gedurende de periode van februari 2000 tot en met april 2010 als verdacht zijn aangemerkt waarvan het totaalbedrag € 2.795.725,16 bedraagt. Bij vier transacties voor een totaalbedrag van € 2.564.268,00 bestaat volgens de FIU-NL aanleiding te veronderstellen dat deze mogelijk verband houden met witwassen. Bovendien volgt uit een proces-verbaal van bevindingen van 16 februari 2011 dat op 8 februari 2011 in de woning van [broer appellant A] en zijn partner, de garage en hun beider auto’s omvangrijke hoeveelheden verdovende middelen en grote bedragen aan contant geld zijn aangetroffen waarvoor geen deugdelijke verklaring is gegeven. De rechtbank heeft terecht geen grond gezien voor het oordeel dat de burgemeester zich niet op het standpunt mocht stellen dat een vermoeden bestaat dat [broer appellant A] in strijd handelt met de Opiumwet en zich schuldig maakt aan witwassen. De rechtbank heeft verder terecht onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 22 november 2006 in zaak nr. 200602949/1 overwogen dat niet is vereist dat de strafbare feiten in het kader van het zakelijk samenwerkingsverband hebben plaatsgevonden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3023f212f4e17e214996eb2ac70970ed92663bac20b2f7648ea8086dbbd66c95. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3023f212f4e17e214996eb2ac70970ed92663bac20b2f7648ea8086dbbd66c95, en de alinea staat in dat document op bytes 44838 tot 46916.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3023f212f4e17e214996eb2ac70970ed92663bac20b2f7648ea8086dbbd66c95 | shasum -a 256