Citaat | Raad van State 13 november 2013

Alinea 30 Raad van State 13 november 2013

Een alinea uit Raad van State 13 november 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1939.

4. De Afdeling overweegt ambtshalve dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het beroep, voor zover dat voor de kinderen van [appellante A] en [appellant B] is ingesteld, niet-ontvankelijk had dienen te worden verklaard, omdat het bezwaar tegen het besluit van 21 januari 2012 niet mede namens de kinderen is gemaakt. Nu gesteld noch gebleken is dat hun niet redelijkerwijs kan worden verweten dat zij geen bezwaar hebben gemaakt, leidt het bepaalde in artikel 6:13 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) er toe dat de kinderen niet in hun beroep konden worden ontvangen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/02ff4c6fbc1256e6e5308394698776b87b92b695bae4800fc28514c83320ae4c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 02ff4c6fbc1256e6e5308394698776b87b92b695bae4800fc28514c83320ae4c, en de alinea staat in dat document op bytes 9891 tot 10488.