Citaat | Raad van State 13 november 2013

Alinea 29 Raad van State 13 november 2013

Een alinea uit Raad van State 13 november 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1941.

3. [appellante] betoogt dat rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de minister voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de vreemdelingen ten behoeve van [appellante] werkzaamheden hebben verricht, bestaande uit het besturen van transportwagens. [appellante] voert daartoe aan dat de rechtbank een te ruime interpretatie van de begrippen werkgever en arbeid heeft gehanteerd. Zij betoogt dat uit de zich in het dossier bevindende stukken niet kan worden opgemaakt dat de vreemdelingen ten behoeve van [appellante] arbeid hebben verricht. Zij wijst erop dat de vreemdelingen in loondienst zijn van [bedrijf A]. [appellante] stelt tevens dat [bedrijf A] de opdrachtgever is ten aanzien van de in het boeterapport geconstateerde door de vreemdelingen verrichte arbeid. Zij wijst erop dat de transportwagens van [appellante] zijn en dat zij die ter beschikking heeft gesteld aan [bedrijf A] en dat de vreemdelingen als chauffeurs van [bedrijf A] deze transportwagens hebben bestuurd. [appellante] betoogt dat [bedrijf A] de vreemdelingen heeft aangestuurd, nu [bedrijf A] op hetzelfde adres is gevestigd als [appellante]. [appellante] betoogt dat uit de verklaring van [wettelijke vertegenwoordiger] van 9 juli 2010 en uit de verklaringen van zes van de vreemdelingen van 4 september 2010 evenmin kan worden opgemaakt dat alle vreemdelingen ten behoeve van [appellante] werkzaamheden hebben verricht. Tevens voert zij aan dat de verklaring van [wettelijke vertegenwoordiger] van 22 december 2010 niet in deze zaak mag worden betrokken, nu [wettelijke vertegenwoordiger] deze verklaring heeft afgelegd als wettelijk vertegenwoordiger van [bedrijf A] in het kader van een boeteoplegging aan [bedrijf A] en hem toen niet de cautie is gegeven als wettelijk vertegenwoordiger van [appellante]. De minister heeft met voormelde algemene verklaringen van [wettelijke vertegenwoordiger] en de verklaringen van zes van de vreemdelingen niet aannemelijk gemaakt dat alle 23 vreemdelingen daadwerkelijk arbeid voor [appellante] hebben verricht, aldus [appellante]. De bij het boeterapport gevoegde rittenstaten vormen daar evenmin voldoende bewijs voor, nu op een deel van de rittenstaten slechts een voornaam of achternaam wordt genoemd, niet duidelijk is wie bedoeld is en niet alle vreemdelingen op de rittenstaten voorkomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2149e76a8a0fdda4229e9b20b68f4757acce6f18132f2e4ed2d0dda04b68027f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2149e76a8a0fdda4229e9b20b68f4757acce6f18132f2e4ed2d0dda04b68027f, en de alinea staat in dat document op bytes 9714 tot 12041.