Citaat | Raad van State 13 november 2013

Alinea 30 Raad van State 13 november 2013

Een alinea uit Raad van State 13 november 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1941.

3.1. Bij beantwoording van de vraag of zich in een concreet geval een overtreding heeft voorgedaan, geldt, gelet op de waarborgen die voortvloeien uit artikel 6, tweede lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, als uitgangspunt dat op het bestuursorgaan de bewijslast rust van een overtreding. In geval van twijfel dient aan de betrokkene het voordeel van de twijfel te worden gegund (vergelijk overweging 4.8.3 van het arrest van de Hoge Raad van 15 april 2011 in zaak nr. 09/03075, ECLI:NL:HR:2011:BN6324).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2149e76a8a0fdda4229e9b20b68f4757acce6f18132f2e4ed2d0dda04b68027f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2149e76a8a0fdda4229e9b20b68f4757acce6f18132f2e4ed2d0dda04b68027f, en de alinea staat in dat document op bytes 12061 tot 12634.