Citaat | Raad van State 13 november 2013

Alinea 23 Raad van State 13 november 2013

Een alinea uit Raad van State 13 november 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1956.

3. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat niet meer in geschil is dat hij de vreemdeling arbeid heeft laten verrichten. Hij voert daartoe aan dat de rechtbank ten onrechte uit hetgeen ter zitting bij de rechtbank aan de orde is geweest heeft afgeleid dat hij heeft erkend dat de vreemdeling voor hem arbeid heeft verricht. [appellant] wijst erop dat hij de vreemdeling slechts een kop koffie heeft aangeboden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e1e2cd10198c501c1e5b75b5517df24763dd65be1864e538eac119255d35c40e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e1e2cd10198c501c1e5b75b5517df24763dd65be1864e538eac119255d35c40e, en de alinea staat in dat document op bytes 6948 tot 7401.