Citaat | Raad van State 13 november 2013

Alinea 25 Raad van State 13 november 2013

Een alinea uit Raad van State 13 november 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1956.

3.2. Daargelaten of de rechtbank uit hetgeen [appellant] in beroep en ter zitting bij de rechtbank naar voren heeft gebracht terecht heeft afgeleid dat niet in geschil is dat de vreemdeling arbeid voor [appellant] heeft verricht, leidt het betoog niet tot het beoogde doel. Uit het boeterapport volgt dat de inspecteurs de vreemdeling in de marktkraam van [appellant] hebben zien staan en hebben gezien dat hij kleding ophing aan rekken en kledingstukken recht heeft gehangen. De inspecteurs hebben tevens waargenomen dat de vreemdeling een klant bij de marktkraam hielp door het tonen van kleding. Doordat [appellant], naar hij zelf heeft aangevoerd, de vreemdeling heeft gevraagd even op zijn marktkraam te passen, staat voldoende vast dat de vreemdeling werkzaamheden voor hem heeft verricht. De stelling van [appellant] dat de vreemdeling slechts tien minuten in de marktkraam heeft gestaan zodat werkzaamheden slechts van geringe omvang en duur zouden zijn, leidt, reeds gelet op hetgeen hiervoor in 3.1 is overwogen, niet tot het oordeel dat de vreemdeling geen arbeid heeft verricht. Evenmin leidt de stelling van [appellant] dat de vreemdeling geen loon heeft ontvangen, gelet op het voorgaande, tot een ander oordeel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e1e2cd10198c501c1e5b75b5517df24763dd65be1864e538eac119255d35c40e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e1e2cd10198c501c1e5b75b5517df24763dd65be1864e538eac119255d35c40e, en de alinea staat in dat document op bytes 7738 tot 8977.