Citaat | Raad van State 13 november 2013
Alinea 27 Raad van State 13 november 2013
Een alinea uit Raad van State 13 november 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1956.
4. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat zij in de gestelde geringe omvang van arbeid en in de mate van verwijtbaarheid geen aanleiding ziet tot matiging van de boete over te gaan. [appellant] voert hiertoe aan dat sprake is van geringe verwijtbaarheid, nu de werkzaamheden, het recht hangen van kleding en het te woord staan van een klant, van geringe aard zijn en er geen aanwijzingen zijn dat [appellant] de vreemdeling heeft betaald voor die werkzaamheden. [appellant] betoogt dat de rechtbank de mate van verwijtbaarheid, zoals vastgelegd in de Beleidsregels boeteoplegging Wav 2012, niet heeft betrokken in haar overweging. Voorts wijst [appellant] op een uitspraak van 28 november 2012 (in zaak nr. 201203733/1/V6) waarin de opgelegde boete in een vergelijkbare situatie met 50% is gematigd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e1e2cd10198c501c1e5b75b5517df24763dd65be1864e538eac119255d35c40e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e1e2cd10198c501c1e5b75b5517df24763dd65be1864e538eac119255d35c40e, en de alinea staat in dat document op bytes 9047 tot 9890.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e1e2cd10198c501c1e5b75b5517df24763dd65be1864e538eac119255d35c40e | shasum -a 256