Citaat | Raad van State 10 juli 2013

Alinea 46 Raad van State 10 juli 2013

Een alinea uit Raad van State 10 juli 2013, ECLI:NL:RVS:2013:196.

3.1. Het dagelijks bestuur betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het vergunningenstelsel uit artikel 30 van de Huisvestingswet niet op de vier woonruimten van toepassing is, nu het pand vanuit een bedrijfsbestemming direct is omgezet naar een short stay bestemming en de vier woonruimten aldus niet aan de woonruimtevoorraad worden onttrokken. Het dagelijks bestuur voert daartoe aan dat de verleende bouwvergunning er toe strekt het pand geschikt te maken voor permanente bewoning en de vier woonruimten na voltooiing zijn bestemd voor permanente bewoning en behoren tot de woonruimtevoorraad. Door de vier woonruimten niet overeenkomstig hun bestemming te gebruiken voor permanente bewoning maar voor short stay, worden de vier woonruimten volgens het dagelijks bestuur onttrokken aan de op 1 januari 2008 bestaande woningvoorraad en is een short stay vergunning vereist. Voorts is bij de aanvraag van de bouwvergunning het beoogde gebruik voor short stay niet gemeld en is met de verlening van de bouwvergunning geen toestemming verleend voor dit gebruik. Het feit dat de vier woonruimten na voltooiing niet zijn gebruikt voor permanente bewoning maar direct voor short stay maakt volgens het dagelijks bestuur niet dat de vier woonruimten niet aan de woningvoorraad worden onttrokken. Uit de uitspraak van de Afdeling van 30 mei 2007 in zaak nr. 200607090/1 volgt dat onttrekking in de zin van de Huisvestingswet slechts kan plaatsvinden, indien het desbetreffende gebouw op enig moment is bestemd voor permanente bewoning. Uit de Memorie van Toelichting bij artikel 1 van de Huisvestingswet (Kamerstukken II 1987/88, 20 520, nr. 3, blz. 71-72) volgt dat de betekenis van het begrip bewoning gelijk is aan de betekenis die daaraan in het normale spraakgebruik wordt gehecht. Degene die een huis bewoont heeft daar zijn hoofdverblijf. Bewoning in de zin van de Huisvestingswet heeft een permanent karakter en de huurder moet de intentie hebben om de woonruimte voor langere duur te bewonen. Voor de vraag of een gebouw op enig moment is bestemd voor permanente bewoning in de zin van de Huisvestingswet is volgens voormelde uitspraak van 30 mei 2007 het feitelijk gebruik niet doorslaggevend, aldus het dagelijks bestuur.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3cccfc152bcebd10aca3296481b758928b745debf2886c8f6834b93bf9b61d57. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3cccfc152bcebd10aca3296481b758928b745debf2886c8f6834b93bf9b61d57, en de alinea staat in dat document op bytes 16636 tot 18893.